Mis niks van het WK!

Zondag barst het WK los in Boedapest. De wedstrijden worden gespeeld in het legendarische Alfréd Hajós zwembad op het Margiteiland in de Donau. Veel Oranjefans reizen af naar de Hongaarse hoofdstad, maar ook de ‘achterblijvers’ hoeven niks te missen van de verrichtingen van de Nederlandse waterpolodames. 

Waterpolo.nl doet natuurlijk van alle wedstrijden van Nederland (o.a. via Twitter) verslag. Ook op NOS.nl zijn alle wedstrijden van Nederland live te bekijken. De ploeg van Arno Havenga start zondag om 17:30 uur het WK met de wedstrijd tegen Frankrijk en speelt achtereenvolgens tegen Japan (dinsdag 18 juli 12.10 uur) en gastland Hongarije (donderdag 20 juli 20.10 uur). De poulewinnaars plaatsen zich rechtstreeks voor de kwartfinales die op maandag 24 juli worden gespeeld. De nummers 2 en 3 van de poules moeten zaterdag 22 juli eerst nog een tussenronde spelen om bij de laatste acht te komen.

In de ManMeer! van juni blikten we met bondscoach Arno Havenga vooruit op het toernooi. Hieronder het hele interview.

Programma WK waterpolo 

Zondag 16 juli 
17:30 uur Nederland - Frankrijk 

Dinsdag 18 juli 
12:10 uur Japan - Nederland 

Donderdag 20 juli 
20:10 uur Nederland - Hongarije 

Zaterdag 22 juli 
Kruisfinales 

Maandag 24 juli 
Kwartfinales 

Woensdag 26 juli 
Halve finales 

Vrijdag 28 juli 
Finale

Poule-indeling WK Vrouwen
Poule A: Italië, Brazilië, Canada, China.
Poule B: Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Spanje, Verenigde Staten.
Poule C: Japan, NEDERLAND, Hongarije, Frankrijk.
Poule D: Australië, Rusland, Kazakstan, Griekenland.

Selectie
Debby Willemsz (CN Mataro, Spanje), Laura Aarts (Danaujvaros, Hongarije), Amarens Genee (Rapallo, Italie), Dagmar Genee (UZSC), Marloes Nijhuis en Nomi Stomphorst (Widex GZC Donk), Ilse Koolhaas (Vouliagmeni NC, Griekenland), Sabrina van der Sloot en Vivian Sevenich (UVSE, Hongarije), Lieke Klaassen en Yasemin Smit (Het Ravijn), Kitty Lynn Joustra (ZVL-Hawabo) en Maud Megens (USC, USA). Het begeleidingsteam bestaat – naast Havenga – uit Evangelos Doudesis (assistent-coach), Ineke Yperlaan (teammanager), Mark Smit (fysiotherapeut), Kenny Odijk (fysiotherapeut), Gianluca Sattolo (keeperstrainer), Tjeerd de Vries (dokter) en Chris Hendrix (video-analist).

Foto: Beeldboot / Gertjan Kooij
Foto: Beeldboot / Gertjan Kooij

Nieuwe ronde, nieuwe kansen
Oranjedames met een brede selectie voor een WK medaille

Twee jaar geleden steeg Oranje met een zilveren plak boven zichzelf uit op het WK in Kazan. In de finale was Amerika nipt te sterk (5-4). We concludeerden overtuigend dat de ploeg van Arno Havenga definitief terug was aan de top. Ondanks het missen van de Spelen een jaar later, is die conclusie nog altijd gerechtvaardigd. De doelstelling voor de aanstaande mondiale eindstrijd in Boedapest is wederom een medaille, maar de top is zo breed dat het kwartje net zo goed de andere kant kan opvallen. 

Het missen van Rio was zo’n gevalletje waarbij het kwartje de verkeerde kant opviel. Bondscoach Arno Havenga denkt er nog geregeld aan terug. Niet van harte overigens. Hij heeft de sof in Gouda allang afgesloten en een plekje gegeven. Maar anderen herinneren hem er nog vaak aan. Vaker dan hem lief is. “Ook als we Rio wel hadden gehaald, hadden we die Olympische cyclus allang afgesloten, dat doet elk team. Nu is er weer een nieuwe ronde aangebroken, met nieuwe kansen. De focus is dus allang op Tokio gericht.”

Onderlinge concurrentie
Als er één ding duidelijk werd uit de evaluatie na het OKT, was het dat de onderlinge druk omhoog moest. De afgelopen jaren bestond het team van Havenga steevast uit dezelfde gezichten. Van onderlinge concurrentie was niet veel sprake. Die tijd is nu voorbij. Toen de buitenlandse competities in mei ten einde waren en iedereen neerstreek in de bossen van Zeist, lag het KNZB-zwembad vol met tweeëntwintig dames. Tweeëntwintig kanshebbers; een nieuwe luxe. Havenga kon het zich zelfs veroorloven om naar het voorbereidingstoernooi in het Chinese Kunshan en de aansluitende World League Super Final begin juni in Shanghai met twee ploegen af te reizen. Halverwege vond er een gedeeltelijke wisseling van de wacht plaats. Bewust. “Ik heb een grote groep speelsters mee naar China genomen zodat we twaalf topwedstrijden in wisselende samenstellingen konden spelen en daarnaast volle bak konden doortrainen op weg naar het WK. Wedstrijden spelen op hoog internationaal niveau is toch de beste voorbereiding die er is.”

Die bredere selectie, met speelsters die na het ‘interne jaar’ zijn uitgevlogen over Europa (met vijf speelsters tot Amerika aan toe), is aangevuld met veel talenten die zich vorig jaar nog tot Europees Jeugd Kampioen kroonden. Daarvan klopt er een aantal daadwerkelijk al serieus aan de gevestigde poort. Ilse Koolhaas deed dit jaar waardevolle ervaring op bij Vouliagmeni in Griekenland en speelde al meerdere keren mee in de World League. Ook Brigitte Sleeking, Kitty-Lynn Joustra en Brigit Mulder stootten door tot de grote A-selectie. Me dunkt dat Havenga het lastig zal krijgen om vlak voor het vertrek naar Boedapest de laatste dertien speelsters aan te wijzen. Van de vaste ‘harde kern’ maakt nu alleen de gestopte Leonie van der Molen geen deel meer uit van de selectie. Het is een prestatie op zich dat er verder niemand is afgehaakt. Na het OKT in Gouda sprak een handvol speelsters immers openlijk hun twijfels uit of ze nog wel door wilden gaan. Weer vier jaar alles opzij voor dat ene doel. “Tuurlijk waren ze teleurgesteld. Ook ik heb getwijfeld of ik dit nog wel wilde en kon. Uit de evaluatie bleek dat we de ingeslagen weg met elkaar willen voortzetten. Dat gaf mij de bevestiging om door te gaan. En zeg nou zelf, ik heb toch de mooiste baan van Nederland!”

Arno Havenga (Beeldboot / Gertjan Kooij)
Arno Havenga (Beeldboot / Gertjan Kooij)

Drive
Dat iedereen is gebleven tekent de ‘drive’ binnen het team. “Al deze meiden willen niks liever dan uitkomen voor Nederland. Wij bieden hun een goede omgeving met uitstekende faciliteiten. Ik durf te beweren dat in andere landen het lang niet altijd zo goed is geregeld als hier. Wij volgen nu al een paar jaar een professioneel programma, waarbij zo goed als alles gemonitord wordt. Aan persoonlijke aandacht is geen gebrek. Je hoeft maar verkouden te zijn, of er staat bij wijze van spreken al een arts naast je bed.” 

Wat Havenga wil zeggen is dat in het buitenland niet altijd alles beter hoeft te zijn. Voor een volledig intern programma zonder competitie zoals het jaar voor Rio werd ingevuld, zal Havenga niet snel meer kiezen. Maar dat de speelsters in de toekomst voor een langere tijd nogmaals terug worden geroepen naar Nederland, ligt daarom best voor de hand. Nu, aan het begin van de nieuwe cyclus, worden speelsters daar vrijer in gelaten. Voor de achterblijvers in Nederland is er dit jaar meer dan ooit ruimte gecreëerd voor met name studie. De begeleiding en de trainingen zijn daarbij in Zeist van een zeer hoogwaardig niveau. Maar Havenga begrijpt het ook maar al te goed dat voor sommige speelsters het buitenlandse avontuur lonkt. “Neem bijvoorbeeld Yasemin (Smit, red.). Zij bereidt zich nu voor de zestiende keer voor op een groot toernooi. Voor haar ‘mindset’ en afwisseling is het niet meer dan logisch dat zij het even over een andere boeg heeft gegooid in het buitenland.”  

De verbetenheid, maar ook de onderlinge lol, is nog altijd volop aanwezig. Het nastreven van een Olympische medaille lijkt dan ook voor niemand een opgave meer, maar een vanzelfsprekende verlenging van een gezamenlijke droom. Dat Oranje tot het OKT in Gouda op de goede weg zat, benadrukt Havenga nog maar even. Achtereenvolgens drie keer zilver op een groot toernooi is met recht een prestatie om trots op te zijn. “Elke dag zien we in Zeist de foto’s hangen van die successen. Iedereen wil zo’n kick nog een keer meemaken!” 

Verwevenheid
En zo is Havenga inmiddels alweer tien jaar de architect van het Nederlandse damesteam. Met een nieuwe arts (Tjeerd de Vries) en een andere assistent (Evangelos Doudesis) heeft hij nieuwe prikkels aan de staf toegevoegd. En inmiddels is zijn eigen verantwoordelijkheid verder uitgebreid tot de totale dameslijn. Hierdoor schakelt hij meer dan ooit met jeugdbondscoaches Gerrit-Jan Schothans en Ilse Sindorf die verwevenheid zie je nu ook terug bij de speelsters. Verschillende speelsters uit de A-selectie als Sabrina van der Sloot, Yasemin Smit, Vivian Sevenich en Nomi Stomphorst ondersteunen de jeugdbondscoach. Tot de toernooien aan toe. Ook assistent Doudesis staat komende september tijdens het WJK in Volos op de kant. Dat zorgt ervoor dat de heersende ethos en speelwijze aan de top ook gemeengoed worden bij jongere lichtingen. “Als talenten dan doorschuiven, is het verschil niet meer zo groot als vroeger. Ook voor hunzelf niet. Ze komen voor minder grote verrassingen te staan en zijn sneller onderdeel van het team omdat ze de cultuur begrijpen waarin ze terechtkomen.” Van onderaf worden zo de waarden en normen van topsport bedrijven meegegeven door ervaringsdeskundigen die later zelfs eventueel hun teamgenoot zijn. Dit gebeurt niet alleen in het water, maar ook op de kant. 

Het zorgt voor een bredere basis waar Havenga uit kan putten. Dankzij die brede selectie kon Havenga tijdens de Azië-trip sommige speelsters die net klaar waren met de play-offs in buitenlandse competities af en toe wat extra rust geven. “Dat schepte ook weer kansen voor anderen. Zij hebben laten zien wat ze waard zijn”, aldus Havenga, die na de Super Final in Shanghai wel met een kleinere groep is gaan toewerken naar het WK. De verdere voorbereiding bestaat uit deelname aan de Thetis Cup in Athene (23-25 juni met Spanje en Griekenland) en vlak voor vertrek nog een drieluik op eigen bodem tegen Canada, China en Frankrijk (van 5 tot en met 7 juli in Utrecht). 

Finales
Uitgerekend tegen de laatstgenoemde tegenstander starten de Oranjedames op 16 juli in het Alfred Hajos zwembad op het Margaret Island hun WK. In poule C, die verder wordt gevuld met Japan en Hongarije, mag er geen twijfel over bestaan of Nederland in de groepsfase bij de eerste twee eindigt. Maar de precieze eindrangschikking in de poule kan wel eens cruciaal zijn voor een top- of een (op papier) floptoernooi. “Of we eerste of tweede worden in de poule is een wereld van verschil”, legt Havenga uit. “Worden we groepshoofd, dan stoten we rechtsreeks door tot de kwartfinale. Als we tweede worden, kruisen we eerst tegen de nummer drie van poule B en dat is hoe dan ook een topland.” Ja, Australië, Rusland en Griekenland mogen met recht kanshebbers worden genoemd. In de Europese voorronde van de World League werden de degens al gekruist met twee van deze landen. De krachtsverschillen lijken verwaarloosbaar, dus met de ‘finaledruk’ kan Oranje in de Hongaarse hoofdstad al vroeg te maken krijgen. Verliest Nederland in die fase, dan resteert een plek buiten de top acht. Hoe vervelend dat misschien ook is, Havenga juicht het spelen tegen zware tegenstanders op serieuze toernooien aan de andere kant alleen maar toe. Finales moet je leren winnen. Dat wijst het verleden wel uit. Wat is er dan mooier en beter om vaak onder die druk te moeten presteren?

De eerste ‘finale’ staat daarmee op 20 juli al op het programma. Dan maakt Nederland tegen gastland Hongarije uit wie de poulefase winnend afsluit en zich rechtstreeks plaatst voor de kwartfinale. Hoe het vervolgens gaat, is enkel koffiedik kijken. De top is immers zo breed dat de totale top acht aan elkaar gewaagd is. Het doel blijft daarmee overigens onverminderd recht overeind staan; een medaille op elk toernooi. Ambitieus en reëel, gezien de resultaten van de afgelopen jaren. Maar gezien de minimale krachtsverschillen is het dus ook niet vreemd als Nederland op 28 juli niet op het podium staat. En dat maakt het hedendaagse dameswaterpolo nou net zo mooi.    

Uit: ManMeer! Nummer 2, juni 2017 (20e jaargang) 

Reacties